Raad de kruk

 

 

 

Bij dit tussendoortje raadt een leerling die in het complot zit steeds de goede kruk. Komt de groep erachter hoe het werkt?

Neem een leerling even mee naar de gang en leg uit hoe de truc werkt. Daarna begint het spel: Een leerling uit de groep gaat even op een kruk naar keuze zitten en gaat daarna weer op zijn eigen plek zitten. De leerling van de gang komt binnen en raadt dan op welke kruk de leerling heeft gezeten. De leerling gaat weer naar de gang en het begint opnieuw. Hoe vaak het ook wordt gespeeld, de leerling raadt het steeds goed!

Hoe werkt dit? De leerkracht geeft tijdens het binnenkomen met een code aan wat de goede kruk is:

  • Als de leerkracht zegt ‘Kom’ of  ‘Ja’ is het de eerste kruk (1 woord=1e kruk).
  • Als de leerkracht zegt ‘Kom binnen’ is het de tweede kruk (2 woorden = 2e kruk).
  • Als de leerkracht zegt ‘Kom maar binnen’ is het de derde kruk (3 woorden = 3e kruk).
Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Raad de kruk

Pad met menselijke hindernissen

 

 

 

De halve klas vormt een pad met menselijke hindernissen. Lukt het om er doorheen te komen?

Verdeel de klas in 2 partijen. De ene partij krijgt de opdracht om hinderlijk in de weg te gaan staan bij een afgesproken pad in de klas. Het pad kan bijvoorbeeld van voor naar achter in de klas zijn tussen 2 rijen met tafels door. De leerlingen moeten zo gaan staan, liggen of zitten dat ze het als hindernis een tijdje vol kunnen houden. Als het pad klaar is proberen de andere kinderen er doorheen te komen. Ze mogen daarbij niet de hindernissen weg duwen of trekken: ze moeten er tussendoor lopen, klimmen of kruipen. Daarna wisselen beide partijen van rol.

Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Pad met menselijke hindernissen

Maak 10

 

 

 

Drie kinderen proberen zonder te overleggen samen het getal 10 te maken.

Drie kinderen gaan voor de klas staan met hun handen achter hun rug. De leerkracht telt tot 3 en dan steken ze tegelijk met 1 hand een aantal vingers op (dus 1, 2, 3, 4 of 5). Hebben ze samen 10? Dan is het gelukt! Hoeveel pogingen zijn er nodig?

Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Maak 10

Blinddoeken

 

 

 

Bij dit tussendoortje moet door te voelen geraden worden wie er voor iemand staat.

1 leerling krijgt een blinddoek om. De leerkracht wijst een leerling aan die voor de geblinddoekte leerling gaat staan. Door aan het gezicht te voelen moet geraden worden wie de leerling is.

Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Blinddoeken

Rabonkelen

 

 

 

Bij dit tussendoortje moet geraden worden wat het werkwoord ‘rabonkelen’ betekent.

1 leerling gaat naar de gang. De rest van de groep spreekt af wat het werkwoorden ‘rabonkelen’ betekent. Bijvoorbeeld: fietsen.

De leerling komt terug van de groep en stelt vragen aan kinderen in de klas, zoals ‘Rabonkel jij thuis?’ of ‘Kan iedereen rabonkelen?’. De andere leerlingen geven antwoord zonder te verklappen wat rabonkelen betekent. Lukt het om te raden wat rabonkelen is?

Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Rabonkelen

Groep verplaatsen

 

 

 

Twee groepjes verplaatsen zich van de ene naar de andere kant door goed samen te werken.

Benodigdheden

  • Tape om 7 vakken op de vloer te maken of…
  • 7 hoepels

Maak met tape 7 vakken op de vloer of leg 7 hoepels neer. Er gaan zes kinderen in de vakken staan op deze manier:

 

 

De kinderen staan met hun gezicht naar het lege vak. Ze krijgen de opdracht om zich te verplaatsen zodat ze als volgt komen te staan:

 

 

Er zijn echter 2 afspraken waar ze zich aan moeten houden:

  1. Je mag naar een vak voor of achter je als dat leeg is.
  2. Je mag over een ander kind heen als het vak achter hem leeg is.

Door samen te werken moeten de kinderen nu het voor elkaar zien te krijgen dat ze goed komen te staan.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Speel het spel op tijd en laat meerdere groepjes van 6 kinderen spelen. Wie is het snelst?
  • Leg 9 hoepels neer en speel het spel met 8 kinderen.
Geplaatst in Tussendoortjes | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Groep verplaatsen

Hoepel mik race

 

 

 

Mik op de hoepel en kom zo snel mogelijk de vooruit.

Benodigdheden

  • Voor elke leerling een hoepel
  • Voor elke leerling een pittenzakje

De leerlingen die meedoen staan achter een lijn en leggen de hoepel ongeveer 2 meter voor zich neer. Ze mikken met het pittenzakje op de hoepel. Als het pittenzakje in de hoepel terecht komt mogen ze de hoepel een stukje verder leggen door de hoepel te ‘flippen’. De hoepel komt dus precies 1 ‘hoepellengte’ verder. Het pittenzakje wordt gehaald en weer opnieuw gegooid van achter de lijn.
Spreek af tot waar ze moeten komen, bijvoorbeeld het midden van de zaal.
Wie is het snelst?

 

 

 

 

 

 

 

 

Variaties/tips/opmerkingen

  • Laat de leerlingen in tweetallen werken. Om de beurt gooien ze een pittenzakje.
Geplaatst in Bewegingsonderwijs, Leerlijn mikken, Loopspelen | Getagged , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Hoepel mik race

Mijnenveld estafette

 

 

 

Zoek de goede weg door de hoepels!

Benodigdheden

  • 10 hoepels
  • Spelkaarten met mijnenvelden.
    Klik hier om de kaarten te downloaden.

Leg 10 hoepels neer in een piramidevorm. 1 leerling staat achter de hoepels met een spelkaart. Hierop is te zien in welke hoepels een mijn ligt. De andere leerlingen staan aan de andere kant van de zaal. De eerste leerling loopt naar de hoepels en gaat in de eerste hoepel staan. Daarna verplaatst hij zich rustig naar een volgende hoepel. Als hij in een hoepel komt met een mijn roept het kind achter de hoepels hard ‘boem!’. De leerling loopt dan terug waarna de volgende leerling aan de beurt is. Wie lukt het om door het mijnenveld te komen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Variaties/tips/opmerkingen

  • Er mag niet over hoepels heen gesprongen worden. De volgende hoepel moet altijd tegen de hoepel aanliggen waaruit je vertrekt.
  • Speel met 2 mijnenvelden tegelijk. Welk team is als eerste door het mijnenveld?
Geplaatst in Bewegingsonderwijs, Loopspelen | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Mijnenveld estafette

Woorden verbergen

 

 

 

Vertel een verhaal waarin 3 woorden zijn verstopt. Lukt het de anderen om te raden welke woorden het waren?

Benodigdheden

  • Kaartjes met 3 woorden erop

Een leerling krijgt een kaartje met 3 willekeurige woorden erop, bijvoorbeeld:

  • schaakbord
  • slagroomtaart
  • Superman

Met deze woorden moet een kort verhaaltje worden verteld waarin elk woord minstens een keer wordt gebruikt. Er is kort de tijd om dit verhaaltje voor te bereiden (5 à 10 minuten).
De andere kinderen proberen te raden welke woorden er in het verhaaltje waren verstopt. Wie had ze alle drie goed?

Variaties/tips/opmerkingen

  • Spreek af dat er geen opsommingen in het verhaaltje voor mogen komen, bijvoorbeeld: ‘Ik lees graag strips over superhelden, zoals Batman, Superman, Spiderman, … ‘. Dan wordt het erg moeilijk om het goede woord te raden.
  • Spreek af dat er niet expres aparte woorden bij verzonnen mogen worden in het verhaaltje om af te leiden. Het moet een zo logisch mogelijk verhaal zijn.
Geplaatst in Taal, Taalspelletje, Tussendoortjes | Getagged , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Woorden verbergen

Ballondebat

 

 

 

Overtuig het publiek dat jij niet uit de ballon moet worden gegooid.

Benodigdheden

  • Timer die 1 minuut bijhoudt, bv. op het digibord.

Bij het ballondebat zijn er 5 bekende personen die in een luchtballon zitten. Maar… de luchtballon is te zwaar en dreigt neer te storten. Helaas moeten er mensen uit…

5 leerlingen doen mee aan dit debat. De rest van de klas is jury. Elk van de 5 leerlingen krijgt een bekende persoon toegewezen of kiest die zelf (bv. Willem Alexander, Mark Rutte, Sven Kramer, Enzo Knol, …). Ze krijgen tijd (10 à 15 minuten) om zich voor te bereiden. Hierbij schrijven ze voor zichzelf argumenten op waarom ze in de ballon moeten blijven. Ook schrijven ze voor de andere personen argumenten op waarom die uit de ballon moeten.

Bij het spel zijn er 2 rondes:

  • Ronde 1: Iedereen krijgt 1 minuut de tijd om het publiek te overtuigen waarom ze zelf in de ballon moeten blijven. Nadat iedereen zijn pitch heeft gehouden stemt de jury: wie moet erin blijven? De 2 deelnemers met de minste stemmen verlaten de ballon.
  • Ronde 2: De overgebleven drie leerlingen krijgen 1 minuut de tijd om uit te leggen waarom de andere 2 bekende personen uit de ballon zouden moeten. Nadat weer iedereen heeft gesproken kiest de jury de winnaar van het debat.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Spreek af dat ook fictieve personen gekozen mogen worden, bv. Harry Potter, Donald Duck, …
  • Geef de opdracht aan de deelnemers een dag van te voren mee zodat ze meer tijd hebben om zich voor te bereiden.

 

Geplaatst in debatteren, Taal | Getagged , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Ballondebat