Spreekwoordenkring

appel

Bij de spreekwoordenkring moet een kind een spreekwoord raden door goed te luisteren naar de antwoorden op zijn vragen.

De kinderen van de groep zitten in een kring. 1 kind gaat even naar de gang. De leerkracht (of een leerling) bedenkt een spreekwoord, bijvoorbeeld ‘De appel valt niet ver van de boom’. 1 willekeurig kind in de kring krijgt het eerste woord van het spreekwoord (‘de’), het kind daarnaast het tweede (‘appel’), het kind daarnaast het derde (‘valt’), ... Als alle woorden van het spreekwoord gebruikt zijn krijgt het volgende kind weer het eerste woord, het kind daarnaast weer het tweede, … Dit gaat door tot iedereen een woord heeft gekregen.

Het kind dat op de gang stond komt de klas weer binnen. Hij stelt vragen aan de kinderen in de kring. De vragen moeten beantwoord worden met een zin waarin het woord dat ze hebben gekregen voorkomt. Bijvoorbeeld: ‘Hoe heet je?’ ‘Ik heet Jan en ik eet elke dag een appel.’ Als het kind dat dat de vragen stelt het spreekwoord heeft geraden gaat er een ander kind naar de gang en begint het spel opnieuw.

Dit bericht is geplaatst in Spreekwoorden, Taal, Taalspelletje met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.