Raadsels voor kinderen

vragen

 

 

 

Op deze pagina staan een aantal raadsels voor kinderen. De raadsels kunnen als tussendoortje worden ingezet in de klas.

  • Als ik jong ben, ben ik lang. Als ik oud ben, ben ik kort. Wat ben ik?
    een kaars
  • Een huis heeft 4 muren. Alle muren kijken uit op het zuiden. Rond het huis loopt een beer. Welke kleur heeft de beer?
    wit: het huis staat op de noordpool, het is dus een ijsbeer
  • Wat staat er aan het eind van de regenboog?
    de letter ‘g’
  • Het begint met een ‘t’, er zit ‘t’ in en eindigt met een ‘t’. Wat is dit?
    een theepot
  • Een vrouw zit midden in de nacht in de woonkamer. Er brand geen enkel licht. Het is helemaal donker. Toch leest ze een boek. Hoe kan dat?
    de vrouw is blind en leest een brailleboek
  • Wat wordt natter als het meer droogt?
    een theedoek
  • Hoeveel maanden hebben 28 dagen?
    12: alle maanden hebben tenminste 28 dagen
  • Twee moeders en twee dochters gaan uit eten. Iedereen eet 1 hamburger. Toch worden er maar 3 hamburgers gegeten. Hoe kan dat?
    Het waren een oma, moeder en een kleindochter
  • Een cowboy rijdt een stadje in op Vrijdag. Hij blijft drie dagen en vertrekt weer op Vrijdag. Hoe kan dat?
    Zijn paard heet Vrijdag.
  • Een man loopt buiten in een korte broek en een t-shirt. Het begint te regenen en de man heeft geen paraplu. Zijn kleren worden door en doornat maar toch wordt er geen haar op zijn hoofd nat. Hoe kan dat?
    de man is kaal
  • Een jongen wordt de operatiekamer in gebracht. De chirurg ziet hem en zegt: ‘Ik kan hem niet opereren, dat is mijn zoon.’ Toch is de chirurg niet zijn vader. Hoe kan dat?
    de chirurg is zijn moeder
  • Hoe ver kan een hond het bos inrennen?
    Tot de helft. Daarna rent de hond het bos weer uit.
  • Er liggen 10 appels op tafel en je pakt er 2 weg. Hoeveel heb je er dan?
    als je er 2 pakt heb je er 2…
  • Wat zit vol met gaten maar houdt wel water vast?
    een spons
  • Wat is de overeenkomst tussen de nummers 11, 69 en 88?
    je kan ze ook op de kop lezen
  • Hoe kan je een tennisbal zo hard mogelijk gooien en bij je terug laten komen zonder dat de bal ergens tegenaan stuitert?
    gooi de bal recht omhoog
  • Ik ben een oneven getal. Haal je er een letter af dan word ik even. Welk getal ben ik?
    zeven: (z)even
  • Een jongen viel van een 30 meter hoge ladder maar raakte niet gewond. Hoe kan dat?
    Hij viel van de onderste sport
  • Hoe kan je door alleen op te tellen met acht achten duizend maken?
    888 + 88 + 8 + 8 + 8 = 1000
  • Wat is van jou maar wordt meer door andere mensen gebruikt?
    je naam
  • Welk woord van 4 letters wordt korter als je er 2 letters aan toevoegt?
    kort: kort+er
  • Door welke uitvinding kan je door de dikste muren heen kijken?
    het raam
  • Wat moet stuk zijn om het te kunnen gebruiken?
    een ei
  • Wat heeft een duim en vier vingers maar leeft niet?
    een handschoen
  • Wat heeft een hals maar geen hoofd?
    een fles
  • Ik besta alleen als er licht is maar verdwijn als er licht op me komt. Wat ben ik?
    een schaduw
  • Hoe meer je eruit haalt hoe groter het wordt. Wat is dat?
    een gat in de grond
  • Welk woord wordt als fout geschreven in een woordenboek?
    fout
  • Het leeft in de winter, gaat dood in de zomer en groeit van boven naar beneden. Wat is dat?
    een ijspegel
  • Een pond is een halve kilo. Wat weegt meer: een pond veren of een pond ijzer?
    het is even zwaar
  • Tim’s moeder heeft drie kinderen. De eerste heet April, de tweede Mei en de derde…?
    die heet Tim
  •  Als ik het heb, deel ik het niet. Als ik het deel, heb ik het niet. Wat is dat?
    een geheim
  • Wat heeft 1 oog maar kan toch niet zien?
    een naald
  • Van welk meubelstuk kan je iets eten?
    een oesterbank
  • Wat kan de wereld rondreizen terwijl het in de hoek blijft?
    een postzegel

 

Dit bericht is geplaatst in Tussendoortjes met de tags , , . Bookmark de permalink.