Rabonkelen

 

 

 

Bij dit tussendoortje moet geraden worden wat het werkwoord ‘rabonkelen’ betekent.

1 leerling gaat naar de gang. De rest van de groep spreekt af wat het werkwoorden ‘rabonkelen’ betekent. Bijvoorbeeld: fietsen.

De leerling komt terug van de groep en stelt vragen aan kinderen in de klas, zoals ‘Rabonkel jij thuis?’ of ‘Kan iedereen rabonkelen?’. De andere leerlingen geven antwoord zonder te verklappen wat rabonkelen betekent. Lukt het om te raden wat rabonkelen is?

Dit bericht is geplaatst in Tussendoortjes met de tags , , . Bookmark de permalink.