Doolhoftikkertje

doolhof

2 kinderen spelen tikkertje in een levend doolhof dat steeds veranderd.

De kinderen van de groep vormen een doolhof door te gaan staan in een aantal even lange rijen (bv. 4 x 5 kinderen). De onderlinge afstand wordt bepaald door met uitgestrekte armen te gaan staan. De handen van de kinderen moeten elkaar net niet raken. Deze afstand geldt voor de kinderen in een rij maar ook tussen de verschillende rijen.

Er is 1 tikker en 1 kind dat getikt moet worden (de loper). Daarnaast is er 1 kind dat het doolhof mag veranderen. Aan het begin van het spel staan de tikker en de loper elk aan een andere kant van het doolhof. De kinderen in de rijen kijken allemaal dezelfde kant uit en hebben de armen gestrekt. Zo ontstaan er een aantal gangen waar de tikker en de loper doorheen kunnen lopen.

De tikker probeert de loper te tikken. Tikker en loper mogen door het doolhof lopen en er omheen (niet te ver, zet eventueel pylonen neer om het veld af te zetten). Het kind dat het doolhof mag veranderen probeert de loper te helpen door de gangen te veranderen. Dit doet hij door ‘draai’ te zeggen. Alle kinderen die in de rijen staan draaien dan (rustig) een kwart slag naar rechts waardoor de gangen veranderen.

Als het de tikker lukt om de loper te tikken worden er uit de rijen 3 nieuwe kinderen gekozen om het spel te spelen.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Let erop dat de kinderen in de rijen niet te plotseling draaien waardoor hun armen tegen de loper of tikker aankomen.
  • Laat de kinderen in de rijen zelf kiezen waar ze heen kijken aan het begin van het spel. Zo ontstaat er echt een doolhof.
Dit bericht is geplaatst in Bewegingsonderwijs, Tikspelen met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.