Letterestafette

alfabet

Bij de letterestafette moeten kinderen flink rennen en tegelijkertijd ook slim woorden maken.

Benodigdheden

  • Letterkaartjes. Voor elke letter uit het alfabet zijn er 5 kaartjes (dus 5 kaartjes met een ‘a’, 5 kaartjes met een ‘b’, etcetera). De ‘q’ en ‘x’ kunnen weggelaten worden. In plaats van de ‘y’ kan de ‘ij’ worden gebruikt. In totaal zijn er dan 24 x 5 = 120 kaartjes. Klik op de links hieronder voor de letterkaartjes:
    Letterestafette (Word-document)
    Letterestafette (PDF-bestand)
  • Pylonen: 1 per groepje en een aantal om een looproute uit te zetten
  • 2 of 3 turnmatten

Verdeel de klas in groepjes van ongeveer 5 of 6 kinderen. Elk groepje staat of zit achter elkaar bij een pylon. Zet met de andere pylonen een looproute uit (bijvoorbeeld een rondje door de zaal) en leg in het midden van deze looproute de turnmatten neer met daarop de letterkaartjes.

De leerkracht geeft aan welk woord er gemaakt moet worden en hoeveel letters dat woord (minimaal) moet hebben. Bijvoorbeeld:

  • een dier met 4 letters;
  • een naam van een kind uit de klas met 4 of meer letters;
  • een beroep met tenminste 5 letters;
  • een bekend persoon met tenminste 6 letters;
  • een land met tenminste 5 letters.

De kinderen krijgen vervolgens kort de tijd om te bedenken welk woord ze willen maken. Daarna geeft de leerkracht het startsein en de estafette begint.

Het eerste kind van elk groepje rent de looproute en pakt een letter van het woord dat gemaakt moet worden. Er mag steeds maar één kaartje tegelijk gepakt worden. Als het eerste kind van een groepje terug is loopt het volgende kind om een kaartje te halen. Daarna het derde kind, enzovoorts. Het groepje dat als eerste het gevraagde woord heeft gemaakt roept ‘klaar’ en wint. Alle letterkaartjes worden teruggelegd op de turnmatten en er kan een nieuwe opdracht worden gegeven.

Vooral wanneer er langere woorden gevraagd worden zullen er letterkaartjes tekort komen. De kinderen mogen tijdens een estafette nog wisselen van woord maar dan moeten wel de kaartjes worden omgewisseld die niet meer nodig zijn voor het nieuwe woord. Ook hierbij mag er steeds maar één kaartje tegelijk worden meegenomen.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Voeg een aantal jokerkaarten toe. Een jokerkaart kan voor elke letter worden gebruikt.
  • Voeg een hindernis toe aan de route (een hoepel waar doorheen moet worden gekropen, een mat om een koprol op te maken, een bal die door de basket moet worden gegooid, ….)
Dit bericht is geplaatst in Bewegingsonderwijs, Loopspelen met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.