Piramide slagbal

pyramide

Bij piramide slagbal moeten er zo snel mogelijk blokjes omgegooid worden. Lukt het om niet afgegooid te worden?

Benodigdheden

  • 2 banken
  • 2 turnmatten
  • 21 blokjes
  • Foambal
  • 2 pylonen

pyramide slagbal

Verdeel de groep in 2 partijen. De slag partij gaat op de banken zitten. Markeer met 2 pylonen een lijn van waarachter de bal het veld in moet worden gegooid of geschopt. Leg 2 matten valk bij de lijn neer en in het veld 21 blokjes in de vorm van een piramide (vanaf de slagpartij gezien). De blokjes staan op de lange kant rechtop.

1 leerling van de slagpartij schopt of gooit de foambal van achter de lijn het veld in. Daarna rent hij naar de blokjes en gooit zoveel mogelijk blokjes van de eerste rij van 6 blokjes met de hand (!) om. Als de eerste rij klaar is mag er begonnen worden aan de tweede rij met 5 blokjes, daarna de derde rij, etcetera. Elk omgegooid blokje telt voor 1 punt.

De veldpartij moet de leerling die van de slagpartij aan de beurt is met de foambal afgooien. Als dat lukt is deze leerling uit en moeten de blokjes die deze leerling heeft omgegooid weer rechtop gezet worden. De punten tellen dan ook niet. Om te voorkomen dat hij wordt afgegooid rent de leerling van de slagpartij naar 1 van de 2 matten. Dan is de volgende leerling van de slagpartij aan de beurt. Deze gaat verder met omgooien waar de vorige leerling is gebleven.

Hoe meer blokjes er zijn omgegooid, hoe moeilijker het wordt omdat de blokjes dan verder weg liggen. Een leerling van de slagpartij moet altijd minstens 1 blokje omgooien. Lukt dit niet dan is hij ook uit.

Als er 3 leerlingen uit zijn wisselen de 2 partijen. Alle blokjes worden dan weer rechtop gezet. Als het een partij lukt om alle 21 blokjes om te gooien voordat er 3 leerlingen uit zijn krijgen ze als beloning 10 bonuspunten. Er wordt daarna door de 2 partijen gewisseld.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Spreek af of er rechtstreeks afgegooid moet worden of dat elk balcontact telt.
  • Maak het spel moeilijker/makkelijker door de blokjes dichterbij of verder weg te leggen en door te werken met meer ‘uitjes’ voordat er gewisseld wordt.
  • De veldpartij mag alleen tussen de blokjes doorlopen om de bal te pakken.
  • Spreek af of de veld partij mag lopen met de bal.
Dit bericht is geplaatst in Bewegingsonderwijs, Slagbalspelen met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.