Bankje in het park

bank
Bij ‘Bankje in het park’ moet er geïmproviseerd worden: wat is er zo vervelend dat iemand weg wil gaan?

Benodigdheden

  • 3 stoelen of een bankje

Bankje in het park is een inspringspel. Als een leerling een goed idee heeft mag hij in het spel inspringen en meedoen.

Drie stoelen staan naast elkaar en vormen een bankje. Er wordt 1 leerling aangewezen die op een stoel gaat zitten. Dit is een bezoeker van een park die even rustig op een bankje wil zitten. De leerling die inspringt gaat proberen de leerling weg te spelen. Dit doet hij door iets bijzonders te doen wat de ander zo vervelend vindt dat hij weggaat. Bijvoorbeeld:

  • Een operazanger gaat op het bankje heel hard zingen omdat hij moet oefenen.
  • Iemand is heel erg verkouden en niest en hoest de hele tijd. De ziekte blijkt ook nog besmettelijk te zijn.
  • Een voetballer gaat om het bankje heen met een voetbal trainen.
  • Iemand valt op het bankje tegen de bezoeker aan in slaap.
  • Iemand kan niet stoppen met kletsen en praat de bezoeker de oren van zijn hoofd.
  • Een jengelend kind zeurt de hele tijd om een snoepje.

Als de bezoeker van het park het teveel wordt loopt hij (mopperend) weg. De leerling die is ingesprongen gaat nu op het bankje zitten en is de nieuwe bezoeker. Er mag nu weer een nieuwe leerling inspringen.

Variaties/tips/opmerkingen

  • Verloopt het inspringen rommelig? Laat de leerlingen hun hand opsteken als ze mee willen doen en geef beurten.
  • Maak kaartjes met ideeën als de leerlingen het moeilijk vinden om zelf iets te bedenken.
  • Sommige leerlingen willen zich niet weg laten spelen en blijven minutenlang zitten. Leg uit dat dit niet leuk is om naar te kijken. Ze moeten juist goed meespelen en na een korte tijd zich ook weg (willen) laten spelen.
  • Laat leerlingen ook als tweetal inspringen.
Dit bericht is geplaatst in Dramatische vorming met de tags , , , . Bookmark de permalink.